Orthomoleculaire geneeskunde

In de orthomoleculaire geneeskunde (orthomoleculair betekent goede moleculen) gaat het als volgt. De behandelaar probeert een patiënt te voorzien van een gezonde hoeveelheid van alle noodzakelijke, natuurlijke voedingsstoffen. Dit wil zeggen: een optimale aanwezigheid van bouwstoffen en de afwezigheid van afvalstoffen, toxinen, enz.
De behandelaar zal in eerste instantie aandacht schenken aan de voeding, de keuzes daarin en de juiste kwaliteiten van die voeding. Vervolgens is de juiste bereiding van belang en ook hoe het wordt gegeten.

In de orthomoleculaire geneeskunde speelt gezonde voeding dus een zeer belangrijke rol. Naast die gezonde voeding worden dikwijls extra voedingsstoffen gegeven in de vorm van voedingssupplementen (capsules, tabletten, e.d.). Er wordt gewerkt met stoffen die het lichaam zonder schade kan gebruiken en verwerken.

Al vele eeuwen werden kruiden en bepaalde voedingsmiddelen toegepast om de geneeskrachtige werking ervan. Door de komst van industrieel vervaardigde medicijnen werd deze kennis verdrongen. Vanaf ongeveer 1850 boekte de chirurgie steeds grotere resultaten en na de tweede wereldoorlog, toen de antibiotica grote vlucht nam als krachtig middel tegen infectieziekten, hadden weinig medici nog oog voor kruiden. De geneeskrachtige werking van voeding leek niet meer belangrijk.

Mateboer_Fruit_collage

Onderzoek in het begin van de 20e eeuw naar gebreksziekten bracht aan het licht, dat deze genazen door het toedienen van één enkele vitamine. Bijvoorbeeld scheurbuik, dat te voorkomen en te genezen bleek met vitamine C. In de tweede helft van de vorige eeuw werd gaandeweg bekend dat voeding veel meer invloed heeft op de gezondheid, dan men had aangenomen.

Sindsdien blijkt uit een groeiend aantal wetenschappelijke onderzoeken, dat er wel degelijk een onschatbare relatie bestaat tussen voeding en ziekten. Zo is inmiddels aangetoond, dat slechte voedingsgewoonten meespelen bij het ontstaan van bijvoorbeeld kanker, hart- en vaatziekten en ouderdomsdiabetes.

In de orthomoleculaire geneeskunde staat voorop dat samen met de voeding zoveel mogelijk nuttige voedingsstoffen moeten binnenkomen en zo weinig mogelijk schadelijke stoffen. Helaas is het bijna onmogelijk om via de supermarktvoeding alle optimale hoeveelheden van bepaalde voedingsstoffen binnen te krijgen, zelfs als je gezond doet. Het meest bekende voorbeeld hiervan is wel foliumzuur. Ook reguliere geneeskundigen adviseren gezonde vrouwen die zwanger willen worden, extra foliumzuur te nemen, om de kans te verkleinen dat hun kind geboren gaat worden met een open ruggetje.

Om ziekten te voorkomen, of bij het behandelen van ziekten, kan het dus nodig zijn naast een zo volwaardig mogelijke voeding, ook extra voedingsstoffen in de vorm van voedingssupplementen in te nemen. Voedingssupplementen zijn in feite tabletten of capsules die een hoog gehalte bevatten van stoffen die in geringere hoeveelheid ook in de voeding voorkomen. Dit kunnen zijn: vitamines, mineralen, aminozuren, essentiële vetzuren of enzymen, maar ook minder bekende groepen van stoffen zoals bijvoorbeeld de bioflavonoïden.

Orthomoleculaire voeding en voedingssupplementen kunnen in het algemeen zonder problemen gebruikt worden naast andere (regulier geneeskundige) behandelingen. Enkele orthomoleculaire middelen en reguliere medicijnen beïnvloeden elkaars werking. Het is daarom van belang dat de patiënt mij op de hoogte stelt van medicijngebruik.




?2012 Praktijk voor Natuurgeneeskunde Mateboer